Hoe gaan we om met elektrische bestelauto's in de woonwijken?

Ongeveer 40% van de bestelbussen heeft een standplaats buiten bedrijventerreinen. Dat betekent dat deze voertuigen hun laadbehoefte vervullen verspreid door de bebouwde kom. Denk bijvoorbeeld aan zzp’ers die hun bestelbus bij hun woning parkeren of aan werknemers die de bestelbus mee naar huis nemen.

Als deze gebruikers op eigen terrein kunnen laden, dan zijn ze – volgens de 'ladder van laden' – zelf verantwoordelijk voor het plaatsen van een laadpunt. Naar schatting heeft zo’n 20% van de huishoudens met een bestelbus een eigen oprit. De overige 80% is dus aangewezen op het openbare laadnetwerk.

De rol van gemeenten

De laadbehoefte voor bestelbussen in de bebouwde kom moet je optellen bij de behoefte van personenvoertuigen. Voor beide geldt grotendeels dat zij ’s avonds of ’s nachts willen laden op hun thuislocatie. Over het algemeen hebben bestelbussen een hogere laadbehoefte per voertuig dan personenauto’s aangezien ze gemiddeld meer kilometers maken en per kilometer een hoger energieverbruik hebben.

Ze zijn voor exploitanten van laadpunten een interessante gebruikersgroep. De gemeente zal rekening moeten houden met een snellere uitrol van laadpalen als bestelbussen grootschalig elektrificeren. Veel gemeenten plaatsen pro-actief of basis van gebruiksgegevens en/of prognoses. In gebruiksgegevens telt het gebruik van bestelbussen automatisch mee. 

In gemeenten met oude stadswijken en hoge parkeerdruk is het parkeren en laden van bestelbussen in woonwijken vaak lastig. Ze passen niet altijd in standaard langsparkeervakken en blokkeren soms meerdere plekken. Bij het plannen van laadpunten is het belangrijk om geschikte parkeerlocaties voor bestelbussen mee te nemen, zoals parkeerkoffers of -pleintjes. Dit is in de eerste plaats een parkeervraagstuk: stem daarom goed af met collega’s van verkeer en parkeren. Als bestelbussen aan de rand van de wijk of op specifieke velden moeten parkeren, spelen ook thema’s als veiligheid en toegankelijkheid een rol. Laadinfrastructuur op deze locaties kan het parkeerbeleid ondersteunen.

Beleid maken

Ongeveer 5% van de bestelbussen is hoog of lang. Dat kan hinder geven. Dit is primair een parkeer- en verkeersvraagstuk. Denk vanuit laadbeleid mee over de volgende opties, afhankelijk van de situatie in de gemeente:

  1. Laden faciliteren in de bebouwde kom, aanpassen van de APV

    Je kunt de APV aanpassen zodat (ook lange en hoge) bestelbussen in de gehele bebouwde kom mogen parkeren (en daarmee laden). 

  2. Laden aan de rand van de wijk
    Je kunt specifieke parkeervakken of parkeervelden aan de randen van wijken aanwijzen, met een APV-aanpassing om deze locaties uit te zonderen van het verbod. Op deze plekken kun je laadpalen of laadpleinen plaatsen voor de doelgroep.

  3. Laden op bedrijventerreinen/bedrijfslocaties
    Een derde richting is om – liefst in samenspraak met werkgevers – actief te handhaven op het APV-verbod en lange/hoge bestelbussen voor parkeren te verwijzen naar bedrijventerreinen, eventueel daar ondersteund met extra laadpunten.

Laadpunten zijn maar één puzzelstukje van de opgave. Veiligheid, bereikbaarheid en toegankelijkheid is van groot belang voor de berijders van bestelbussen. Ook dat is onderdeel van een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat in een gemeente.

Bron: NKL

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE, word een pro!  >>