De Europese Commissie presenteert deze week ambitieuze plannen: één digitaal loket voor internationale treinreizen, betere passagiersrechten, compensatie bij vertraging. Eindelijk, zou je zeggen. Want wie regelmatig de trein over de grens neemt, weet hoe schrijnend de realiteit nu is.
Neem mijn eigen ervaring. Vorig jaar reisde ik met een collega naar Bochum, op nauwelijks 240 kilometer afstand. Alle ICE-treinen vol. We namen een TCA-taxi voor 300 euro en stonden binnen drie uur in Bochum; ontspannen, uitgerust, goed voorbereid. Op de terugweg probeerden we het wel met de trein. Twee eersteklas-flextickets voor ruim 260 euro.
Wat volgde was een odyssee van acht uur: uitgevallen treinen, verkeerde reisinformatie op de borden, geen enkele begeleiding van DB over alternatieven. Al boemelend, overvol en onaangenaam, arriveerden we uitgeput in Amsterdam. De volgende keer nemen we gewoon weer de taxi.
Duurder, onbetrouwbaarder en ongemakkelijker
En dat is precies het probleem. Zolang de trein duurder, onbetrouwbaarder en ongemakkelijker is dan alternatieven, blijven reizigers kiezen voor het vliegtuig of de auto. Niet uit onwil, maar uit pure noodzaak. Het is geen kwestie van mentaliteit. Het is een kwestie van een gebroken systeem.
De plannen uit Brussel pakken een deel van het probleem aan. Dat de nationale spoorwegen hun monopolie op kaartverkoop moeten opgeven, is een pure winst. Dat je straks via één platform een doorgaand ticket kunt kopen voor een reis met meerdere maatschappijen (zoals nu al gewoon is in de luchtvaart) is hard nodig.
Onderzoek toont aan dat twintig procent van de internationale routes nu simpelweg niet in één boeking te maken is via de grote spoorwebsites. Bij trajecten boven de negenhonderd kilometer loopt dat op tot meer dan de helft.
Meer rechten voor de reizigers
Maar ticketverkoop is slechts het begin. Want wat heb je aan één mooi kaartje als de trein uitvalt en niemand je vertelt wat je vervolgens moet doen? Als je rechten op papier bestaan maar in de praktijk niet handhaafbaar zijn? Wie voelt zich veilig en comfortabel op of rond Amsterdam CS, Berlijn Hbf of Gare Du Nord in Parijs? De betere voorzieningen om te wachten (of zelfs maar even te zitten) zijn er nauwelijks. Dat bieden luchthavens wel.
De Commissie beperkt bovendien het recht op compensatie bij reizen langer dan twaalf uur of waarbij een nachttrein betrokken is. Dat zijn precies de trajecten waar internationale reizigers het meest behoefte aan hebben: zekerheid.
Treinreizen mag best meer kosten dan vliegen, als je comfortabel zit, kunt werken, en betrouwbaar op tijd aankomt. Dat lukt soms (Parijs, Londen), maar te vaak nog niet.
De plannen van de Commissie zijn een begin. Maar ze worden pas werkelijkheid als de nationale spoorwegen ook écht meewerken. Dat zal, gezien hun historische neiging tot zelfbescherming, nog een forse strijd worden. De internationale reiziger verdient beter. Ik wil dolgraag met de trein. Geef me een reden om dat ook te doen.
Walther Ploos van Amstel is lector City Logistics aan de Hogeschool van Amsterdam
Deel uw ervaringen op ManagementSite
Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.
SCHRIJF MEE >>
Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--